Blauwtong-knutten leven niet in natte natuur

Recent werd er in Nederland een toenemend aantal gevallen van blauwtong gemeld. Begin september werden de eerste besmettingen bij vier schapenhouderijen in Stichtse Vecht en Wijdemeren aangetroffen. Blauwtong is een virusziekte die vooral bij schapen voorkomt. Zij kunnen hier heel ziek van worden en doodgaan. De ziekte wordt overgebracht door kleine mugjes die tot de knutten familie behoren. Een vochtige omgeving is belangrijk voor de ontwikkeling van ei-, larven- en poppen van deze knutten. Deze bloedzuigende mugjes raken besmet als zij in aanraking komen met besmet vee en omgekeerd.

In een brief aan een provinciebestuurder van Noord-Holland, deels gepubliceerd in het Weekblad Wijdemeren (11 oktober 2023), wordt gesuggereerd dat de oorzaak van de blauwtong uitbraak in natte natuurgebieden ligt. Dat klopt niet. Uit onderzoek van de Wageningen Universiteit komt naar voren dat van de 300 verschillende knutten soorten die in Nederland voorkomen, slechts 6 soorten blauwtong over kunnen brengen. De larven van deze 6 soorten leven op vochtige plekken met relatief veel dierlijk mest, bijvoorbeeld op natte weilanden met koeien of schapen, of in mestvaalten. De larven van knutten die blauwtong overbrengen komen daarom vooral in agrarisch gebied voor. Ze komen niet voor in moerasgebieden en rietvelden. De suggestie dat de recente uitbraak van het blauwtongvirus komt door vernatting-projecten in natuurgebieden, is dan ook ongegrond. De toename van het blauwtongvirus in Nederland lijkt meer veroorzaakt te worden door klimaatverandering, want door mildere winters kunnen eitjes en larven beter overleven. Ook de aanwezigheid van meer vee biedt betere leefomstandigheden voor die piepkleine mugjes en een snellere verspreiding van het virus.

Prof. Dr. Ellen van Donk,

Lid Vechtplassencommissie

Reageren: info@vecht.nl