7 maart 2026 – Vreedenhorst

Op Vreedenhorst heeft de blauwe gloed van crocussen van 2 weken geleden plaats gemaakt voor het geel van de narcissen. Het blijft een  prachtig gezicht.

We zijn met z’n vieren en verzamelen in de serre. We worden getrakteerd op koffie en thee met zelf gebakken kaneelkoek.

Vandaag gaan we in het bos werken. Er liggen veel dode takken. Kees zaagt een aantal dode bomen om. De stammen ervan worden in stukken gezaagd.

Vanuit het huis gezien is het voorste deel van het bos snel opgeschoond. De takken die er nog liggen, brengen we naar de bosrand, zodat deze gehakseld kunnen worden.

Het tweede deel van het bos is een ander verhaal. Het ligt vol met dode takken en in stukken gezaagde stammen. Hier wordt het sjouwen voor ons. Met de opgeraapte takken lopen we naar de bosrand om ze daar op het pad op een hoop te leggen. Bos in bos uit, zo maken we a.h.w. heel wat kilometers. De in stukken gezaagde stammen zijn zwaar. Met een behoorlijk appèl op onze spierkracht sjouwen we ze één voor één naar de bosrand. Soms moeten we dat met z’n tweeën doen. Al doende groeien aan de bosrand de stapels takken en stammen.

In de verte, maar ook weer niet zo heel ver, horen we voortdurend het gehuil van de kettingzaag. Kees zaagt daar o.a. een reusachtige iep om die door de iepziekte gesneuveld is. Met een oorverdovend gekraak van takken zijgt de boom met een enorme smak ter aarde. Wij schrikken even, maar gaan daarna weer door met ons werk. Heel jammer, zo’n iep.

Tussen de middag wacht ons een lekker soepje door Heleen gemaakt en brengen we de lunchtijd gezellig door.

’s Middags gaat hetzelfde werk verder. Rond 3 uur kijken we redelijk voldaan naar de stapels hout en het zichtbaar opgeschoonde bos. De gesneuvelde iep gaan we vast en zeker over 2 weken zien. Werk genoeg nog.